Skip to content

Een praktische en positieve gids voor mantelzorgers

Je hebt niet echt dat contact dat je allebei nodig hebt

Bella Sanders is de dochter van Bas Sanders en Maria Sanders-Huisman*, die beiden op een andere afdeling in een verpleeghuis wonen. Ezra van Zadelhoff sprak met haar over hoe de maatregelen rond corona haar leven en dat van haar ouders beïnvloeden.

Hoe ervaart u deze tijd van corona als dochter van uw ouders?

Voordat corona uitbrak, ging ik vaak bij mijn moeder en vader op bezoek. Ik bleef altijd een hele lange middag, zeker 6 tot soms wel 8 uur, zolang als nodig was. Ik ging meestal eerst naar mijn vader, direct voor of na de lunch, dan was hij nog wakker. Daarna naar mijn moeder, eind van de middag nogmaals naar mijn vader. Soms ging ik ook met de een naar de ander. Ik  liep heel wat heen en weer tussen beide afdelingen.

Mijn moeder en ik hebben een heel nabij contact, dat vooral non-verbaal is: we knuffelen, ik spreek bemoedigende woorden en soms masseer ik haar voeten. Omdat ik chronische rugpijn heb, moet ik vaak liggen. We gaan dan samen op haar bed liggen terwijl we elkaars hand vasthouden; zij met haar hoofd aan de ene en ik aan de andere kant. Dit vindt mijn moeder heerlijk! Soms haakt ze haar arm in de mijne en zegt: “Wij kunnen goed met elkaar.” Dat gevoel kan ik haar nu niet geven. Dat snijdt door mijn ziel.

Mijn vader geniet ontzettend  van mijn bezoeken. We hebben de laatste jaren een heel mooie band met elkaar opgebouwd, die nog versterkt is toen hij in december door een longontsteking (bijna) op sterven lag en we afscheid van hem moesten gaan nemen. Hij heeft het wonder boven wonder overleefd. Het was een heel heftige tijd, woorden schoten tekort en we hebben veel elkaars hand vastgehouden en geknuffeld. Ook hebben we onze waardering en liefde voor elkaar veelvuldig benoemd en dit heeft onze band verdiept. Sindsdien zijn we heel close met elkaar en dit contact houdt hem overeind. Hij zegt: “Zolang jij hier nog komt, wil ik nog niet dood.”
Nu kan ik niet bij hem komen, we kunnen niet zo close met elkaar omgaan en we kunnen elkaar ook niet aanraken. Dat mist hij ontzettend, het maakt hem heel somber en verdrietig.

Hoe is het contact met uw moeder nu?

Foto: PixabayToen corona aanbrak, heb ik mijn moeder raambezoeken gebracht. Eigenlijk ben je heel dichtbij elkaar: we hielden onze handen tegen elkaar aan, maar het raam zat er wel tussen. We praatten daarbij met elkaar via de telefoon, maar het lastige is dat mijn moeder niet begrijpt dat ik degene ben, die ze aan de telefoon heeft. Na het telefoongesprek wilde ze mij dus binnenlaten en dat kon natuurlijk niet. Dat was pijnlijk. De zorg heeft het haar toen gelukkig wel uit kunnen leggen en ze hebben mij samen gedag gezwaaid.

Bij het schermbezoek zagen we elkaar op een andere manier. We konden nu ‘gewoon’ met elkaar praten, zonder telefoon en de verwarring daarover. Ook al is het maar een half uurtje, ik vind het toch heel belangrijk om haar te blijven bezoeken, ook al is het achter een scherm. In het tehuis wordt er goed voor haar gezorgd, maar dit is voor haar toch anders. Ik ben voor mijn moeder een vertrouwd gezicht, ze ziet iemand die ze door en door kent en van wie ze houdt. Ze voelt onze band en dat geeft haar een fijn gevoel.
Bij het afscheid wilde ze met mij meelopen maar merkte toen pas ze dat er een scherm tussen ons zat. Ze vond het vervelend dat ze niet mee kon lopen en dit bracht haar van haar stuk. Gelukkig werd zij goed opgevangen door twee mensen van het huis, die haar naar haar woning begeleidden.

Soms is ze erg in de war en zit ze helemaal in haar eigen wereldje, in de tijd van toen zij ongeveer 15 jaar oud was en voor al haar jongere broertjes en zusjes moest zorgen. Ze praat en praat maar over dit hele drukke leven. Ik kan nu geen contact met haar maken door haar even vast te pakken of door samen iets nieuws te beleven, zoals de plantjes water te gaan geven in de tuin of samen een wandelingetje maken.
Het ontbreekt eraan dat we echt bij elkaar zijn; je hebt niet echt dat contact dat je allebei nodig hebt.

Hoe is het contact met uw vader nu?

Mijn vaders woning was op slot, vanwege corona op de afdeling mocht hij niet weg. We ‘ontmoetten’ elkaar via het raam: ik stond beneden in de tuin en hij zat voor het raam in een comfortabele stoel. Hij weet soms goed wie ik ben; door de telefoon zei hij: “Wat zie je er leuk uit: je zit te stralen.” Maar op een ander moment herkent hij me niet en zegt hij: “Ik zwaai nog maar een keer, want ze zit weer te zwaaien”, alsof ik iemand anders ben.

Bij tijd en wijle is mijn vader heel verdrietig en vraagt waarom ik niet boven kom. Als ik het hem uitleg, dan vraagt hij wanneer het over gaat. Hij vertelt ook dat hij zich erg opgesloten en eenzaam voelt. Daar word ik dan ook erg verdrietig van, het voelt zo machteloos.
Toen hij jarig was, hebben we het gevierd door te zingen voor het open raam. Mijn zoons brachten een spandoek mee en we hadden taart, ballonnen en feesthoedjes. Alles wat wij beneden hadden, had mijn vader boven ook: de taart, een feesthoedje op en natuurlijk cadeaus. Hij genoot met volle teugen van alle aandacht.

Hoe kijkt u aan tegen de nabije toekomst?

De sluiting van de tehuizen kwam heel plotseling. Ik wilde net de dag erna naar mijn ouders gaan en werd er dus nogal door overvallen. Ik kon hen hierdoor niet voldoende op deze tijd voorbereiden.
Nu ga ik elke week bij hen op schermbezoek en dat is voor ons allemaal een heel fijn moment. Het is kort en het contact is anders, maar ook dit went.
Ik vind het nog steeds wel moeilijk om mijn ouders niet te kunnen geven wat ze echt nodig hebben. Het is een groot gemis dat we niet langer en dichter bij elkaar kunnen zijn. Om niet samen iets kunnen ondernemen, om niet elkaar te kunnen aanraken … Al dat vanzelfsprekende maar ook heel belangrijke contact dat voortkomt uit de liefde die je voor elkaar voelt, moeten we nu ontberen.

Ik ben blij dat er nu één naaste op bezoek mag komen; dat is in ieder geval een mooi begin.

 

*De namen van Bella en Bas Sanders en Maria Sanders-Huisman zijn om privacyredenen gefingeerd. Hun echte namen zijn bij ons bekend.

(Foto: Pixabay)

Ezra van Zadelhoff

Laat een reactie achter